ECLI:NL:RBDHA:2024:10005
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling in nareiszaak
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid in het kader van nareis. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist. Eiser stelde verweerder op 20 december 2023 in gebreke, maar de rechtbank oordeelt dat dit te vroeg was omdat de beslistermijn nog niet was verstreken. De beslistermijn liep tot 2 januari 2024, mede door een verlenging van drie maanden.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat een zitting niet nodig was en heeft de zaak zonder zitting behandeld. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. Eiser kreeg vrijstelling van griffierecht omdat hij voldeed aan de voorwaarden daarvoor.
Verweerder hanteert sinds 15 januari 2024 het fifo-principe in nareiszaken en verzocht om aanhouding van het beroep, maar de rechtbank wees dit af omdat aanhouding de prikkel tot voortvarend beslissen wegneemt. Gelet op de prematuur ingediende ingebrekestelling verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst het af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege een prematuur ingediende ingebrekestelling.