ECLI:NL:RBDHA:2024:1000
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen onrechtmatige maatregel van bewaring wegens schending recht op rechtsbijstand
Eiser werd op 15 januari 2024 de maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en voerde aan dat zijn recht op rechtsbijstand was geschonden omdat hij zonder zijn advocaat is gehoord.
Tijdens de zitting op 26 januari 2024 bleek dat de gemachtigde van eiser weliswaar aanvankelijk aangaf niet aanwezig te kunnen zijn, maar later toch op de locatie arriveerde voordat het gehoor begon. Desondanks is het gehoor om 17:34 uur zonder zijn aanwezigheid begonnen. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris had moeten zorgen voor bijstand door de gemachtigde tijdens het gehoor.
De rechtbank concludeerde dat hierdoor het recht van eiser op toevoeging van een raadsman bij vrijheidsontneming, zoals bedoeld in artikel 100, eerste lid, van de Vreemdelingenwet, is geschonden. Dit gebrek maakt de maatregel van bewaring onrechtmatig, en de rechtbank beveelt opheffing van de maatregel met ingang van 30 januari 2024.
Daarnaast kent de rechtbank een schadevergoeding toe van €1.630,- voor de periode van onrechtmatige vrijheidsontneming en veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van proceskosten van €1.750,-.
Uitkomst: De maatregel van bewaring is onrechtmatig verklaard, opgeheven per 30 januari 2024, met toekenning van schadevergoeding en proceskosten aan eiser.