ECLI:NL:RBDHA:2023:9996
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende belangenafweging familie- en gezinsleven
Eisers, allen van Afghaanse nationaliteit, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf aan om als familieleden bij hun meerderjarige zoon en broer in Nederland te verblijven. Verweerder wees deze aanvragen af wegens het ontbreken van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro en verklaarde de bezwaren ongegrond. Eisers stelden dat zij wel degelijk afhankelijk zijn, onder meer vanwege de ernstige medische toestand van eiser 1 en de gevaarlijke situatie in Afghanistan na de machtsovername door de Taliban.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met de verergerde medische situatie, de kwetsbaarheid van jonge vrouwen in Afghanistan, en het ontbreken van een mannelijk gezinslid. Tevens was de belangenafweging niet zorgvuldig, waarbij verweerder te zwaar woog op het economisch belang van de staat en onvoldoende op de individuele omstandigheden van eisers.
De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende gemotiveerd had waarom het belang van eisers om in Nederland te verblijven niet opweegt tegen het belang van de Nederlandse Staat bij het restrictieve migratiebeleid. De beroepen werden gegrond verklaard, de bestreden besluiten vernietigd en verweerder opgedragen een nieuwe beoordeling te maken. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van eisers.
Uitkomst: De beroepen zijn gegrond verklaard en de bestreden besluiten vernietigd wegens onvoldoende motivering en belangenafweging.