ECLI:NL:RBDHA:2023:9949
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid bij vreemdelingenrechtelijke verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke op 15 juli 2022 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Hiertegen maakte verzoeker bezwaar en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. Op 12 september 2022 werd het bezwaar door verweerder beslist.
Omdat het bezwaar inmiddels is afgehandeld en er geen beroep is ingesteld binnen de daarvoor gestelde termijn, is er geen bezwaar of beroep meer aanhangig. Op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht is een verzoek om voorlopige voorziening alleen mogelijk indien er een bezwaar of beroep aanhangig is.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek om voorlopige voorziening daarom kennelijk niet-ontvankelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een aanhangig bezwaar of beroep.