ECLI:NL:RBDHA:2023:9941
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige wegens ontbreken geldige mvv en EG-verblijfstatus langdurig ingezetene
Eiser, van Iraakse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning onder de beperking 'arbeid als zelfstandige' om in Nederland zijn bedrijf te exploiteren. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en ook niet voldeed aan de vrijstelling van het mvv-vereiste. Tevens kon eiser de gestelde EG-verblijfstatus als langdurig ingezetene, afgegeven door Italiaanse autoriteiten, niet met stukken aantonen.
Eiser voerde in beroep aan dat hij onvoldoende tijd had gekregen om de benodigde stukken te overleggen en dat verweerder ten onrechte had afgezien van een hoorzitting. De rechtbank oordeelde dat de periode van ruim acht maanden voldoende was en dat eiser zelf verantwoordelijk was voor het tijdig indienen van de aanvraag met de vereiste bewijsstukken. Het beroep op de hoorplicht werd verworpen omdat het bezwaar geen nieuwe, onderbouwde argumenten bevatte.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af wegens het ontbreken van connexiteit na uitspraak op het beroep. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning als zelfstandige wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.