ECLI:NL:RBDHA:2023:9820

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 juni 2023
Publicatiedatum
6 juli 2023
Zaaknummer
NL23.16189
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 VwArt. 96 Vw
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling

Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, is op 17 november 2022 de maatregel van bewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Deze maatregel duurt voort en eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren daarvan, met een verzoek om schadevergoeding.

De rechtbank heeft de maatregel eerder getoetst en beoordeelt nu alleen of het voortduren sinds het sluiten van het vorige onderzoek rechtmatig is. Eiser voert aan dat er geen uitzicht is op uitzetting naar Marokko binnen een redelijke termijn, omdat de Marokkaanse autoriteiten geen laissez passer afgeven zonder persoonlijke presentatie, ondanks bevestiging van zijn nationaliteit.

De rechtbank oordeelt dat er onvoldoende aanwijzingen zijn dat de Marokkaanse autoriteiten niet kunnen of willen meewerken aan de uitzetting. Bovendien werkt eiser niet volledig mee aan zijn terugkeer, onder meer door een geplande persoonlijke presentatie te weigeren. De rechtbank concludeert dat er zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn en dat de maatregel rechtmatig voortduurt.

Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.16189
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. S. Faber), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. S.H.F. Pols).

Procesverloop

Verweerder heeft op 17 november 2022 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.
Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd. Vervolgens heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. Eiser heeft de Marokkaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1996.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 24 mei 2023 (in de zaak NL23.14609) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten
grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek de maatregel van bewaring rechtmatig is.
4. Eiser stelt dat er geen vooruitzicht op uitzetting is naar Marokko binnen een redelijke termijn. Hij voert daartoe aan dat de Marokkaanse autoriteiten zouden moeten kunnen overgaan tot de afgifte van een laissez passer (lp) zonder dat een presentatie in persoon (pip) plaatsvindt, nu eisers nationaliteit al reeds is bevestigd. De omstandigheid dat de Marokkaanse autoriteiten niet overgaan tot de afgifte van een lp kan eiser niet worden verweten.
5. De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende aanknopingspunten zijn om te concluderen dat de Marokkaanse autoriteiten in het geval van eiser niet kunnen of willen overgaan tot de afgifte van een lp en dat daarom het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn ontbreekt. Daarnaast acht de rechtbank het van belang dat eiser niet actief en volledig meewerkt aan zijn terugkeer naar Marokko, terwijl dit wel van hem wordt gevergd. Zo heeft eiser op 24 mei 2023 nog geweigerd mee te werken aan de ingeplande pip. Verweerder heeft in het verweerschrift aangegeven dat er opnieuw een pip is gepland op 7 juni 2023. De rechtbank concludeert dan ook dat er onverkort zicht op zijn uitzetting naar Marokko is.
6. Ook met inachtneming van de ambtshalve toetsing waartoe de rechtbank gehouden is, is er geen aanleiding voor het oordeel dat de maatregel van bewaring onrechtmatig voortduurt.
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van
N.J.R. Kalaykhan, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
09 juni 2023

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.