ECLI:NL:RBDHA:2023:965
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep tegen afwijzing asielaanvraag wegens ontbreken gronden
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin haar asielaanvraag niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank heeft het beroepschrift beoordeeld en vastgesteld dat het geen gronden van beroep bevatte, een vereiste volgens artikel 6:5 Awb Pro.
Eiseres is in de gelegenheid gesteld om binnen vijf werkdagen na ontvangst van een brief van 5 december 2022 haar gronden alsnog in te dienen, uiterlijk op 12 december 2022. De gronden zijn echter pas op 13 december 2022 ingediend, buiten de gestelde termijn. Op verzoek van de rechtbank gaf eiseres een toelichting, maar haar argumenten werden niet geaccepteerd omdat het initiële beroepschrift geen concrete gronden bevatte.
De rechtbank concludeert dat het verzuim aan eiseres kan worden toegerekend en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Eiseres wordt gewezen op de mogelijkheid om binnen vier weken beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van tijdig ingediende gronden van beroep.