ECLI:NL:RBDHA:2023:9628
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten wegens overschrijding beslistermijn in bestuursrechtelijke procedure
Verzoeker is op 8 augustus 2022 in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Nadat verzoeker het beroep had ingesteld, heeft verweerder alsnog op 15 augustus 2022 een beslissing genomen. Vervolgens heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.
De rechtbank stelt vast dat verweerder te laat heeft beslist en dat verzoeker daarom recht heeft op een vergoeding van proceskosten. Omdat verzoeker een professionele juridische hulpverlener heeft ingeschakeld, geldt een vast bedrag volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. Vanwege de beperkte aard van de zaak, namelijk alleen de overschrijding van de beslistermijn, wordt een wegingsfactor van 0,5 toegepast.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van €418,50 aan verzoeker als vergoeding van de proceskosten. Er zijn geen andere kosten toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra en griffier W. van Brakel op 14 maart 2023.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot betaling van €418,50 aan proceskosten wegens overschrijding van de beslistermijn.