ECLI:NL:RBDHA:2023:9625
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 3 mei 2023 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Tegen dit besluit is beroep ingesteld. Verzoeker heeft vervolgens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit op te schorten totdat op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat het beroep waarop het verzoek betrekking heeft inmiddels is afgedaan in een andere uitspraak van dezelfde rechtbank. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom als kennelijk ongegrond afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter en griffier en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het onderliggende beroep is afgedaan.