ECLI:NL:RBDHA:2023:9609
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering zorg- en huurtoeslag op basis van inkomensgegevens BRI
Eiser stond van augustus 2017 tot juli 2022 onder bewind en diende via zijn bewindvoerder een aanvraag voor zorg- en huurtoeslag in. Verweerder stelde de toeslagen in 2021 vast op basis van een geschat inkomen van circa €17.000, maar definitieve vaststelling vond plaats op basis van een toetsingsinkomen van €27.583 uit de Basisregistratie Inkomen (BRI).
Eiser betwist de terugvordering van de te veel betaalde voorschotten, omdat hij geen toegang had tot zijn Digid en daardoor de terugvordering niet kon voorkomen. Verweerder stelt dat het recht op toeslagen en de hoogte daarvan afhankelijk zijn van het toetsingsinkomen uit de BRI en dat terugvordering op grond van de Awir verplicht is.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht is uitgegaan van het inkomensgegeven uit de BRI en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die terugvordering matigen. Het feit dat eiser onder bewind stond, zijn persoonlijke omstandigheden en financiële situatie zijn geen reden om af te zien van terugvordering. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van te veel betaalde zorg- en huurtoeslag wordt ongegrond verklaard.