Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van
[derde-partij], te [woonplaats] (vergunninghoudster)
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg om vergunning te verlenen voor de bouw van een vrijstaande woning nabij hun tuinbouwbedrijf. Zij vrezen belemmering van hun bedrijfsvoering door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op korte afstand van de woning.
Het college beriep zich op een rapport van de Adromi Groep waarin met het EFSA-model werd aangetoond dat de richtafstand van 50 meter kan worden overschreden. Verzoekers verwezen echter naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die het EFSA-model ongeschikt acht voor ruimtelijke ordening in spuitzones.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college het rapport niet had mogen gebruiken om af te wijken van de richtafstand en dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en het besluit geschorst tot de uitspraak in het hoofdberoep. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De omgevingsvergunning voor de woning wordt geschorst vanwege onvoldoende motivering van de afwijking van de richtafstand van 50 meter.