ECLI:NL:RBDHA:2023:943
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig besluit Belastingdienst over schadevergoeding AVG
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Belastingdienst op zijn verzoek om schadevergoeding wegens het zonder zijn toestemming opvragen van een brief bij ASR. De Belastingdienst stelde dat de bestuursrechter niet bevoegd was en dat het verzoek niet ontvankelijk was. De rechtbank oordeelt dat het verzoek onder het oude recht valt en dat de bestuursrechter wel bevoegd is om te oordelen over het schadeverzoek.
De rechtbank stelt vast dat de Belastingdienst het verzoek als een zelfstandig schadebesluit had moeten behandelen en dat de beslistermijn is overschreden. Daarom verklaart de rechtbank het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op binnen twee weken een besluit te nemen. Vanwege het geringe belang van het besluit wordt geen dwangsom opgelegd voor het niet naleven van deze uitspraak.
Wel stelt de rechtbank de reeds verbeurde maximale dwangsom van € 1.442,- vast voor de overschrijding van de oorspronkelijke beslistermijn. De rechtbank wijst het verzoek om een aanvullende dwangsom af en veroordeelt de Belastingdienst tot vergoeding van het betaalde griffierecht. Er is nog een lopende procedure bij de belastingrechter over de rechtmatigheid van de inhouding van loonbelasting, waarin ook de rechtmatigheid van het opvragen van de brief aan de orde kan komen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de Belastingdienst wordt opgedragen binnen twee weken een besluit te nemen en een dwangsom van € 1.442,- te betalen.