ECLI:NL:RBDHA:2023:9415
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens onvoldoende aannemelijkheid van daadwerkelijk en effectief verlaten Nederland
De rechtbank Den Haag heeft op 28 juni 2023 uitspraak gedaan in twee samenhangende bestuursrechtelijke zaken waarin eiser bezwaar maakte tegen de maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De maatregel was gebaseerd op de Vreemdelingenwet 2000, maar eiser betoogde dat hij rechtmatig verblijf had op grond van het Unierecht en dat zijn verblijf in Nederland daadwerkelijk en effectief was beëindigd.
De rechtbank heeft het arrest FS van het Hof van Justitie van de Europese Unie als leidraad genomen voor de beoordeling van het daadwerkelijk en effectief verlaten van het grondgebied. Uit de feiten bleek dat eiser na uitzetting in februari 2022 zeven maanden in detentie in Polen verbleef en daarna werkte, zonder aanwijzingen dat hij tussentijds in Nederland verbleef. Hoewel eiser geen duidelijke banden met Nederland had verbroken, waren er ook geen aanwijzingen van het voortzetten van het eerdere verblijf.
Op grond van deze omstandigheden oordeelde de rechtbank dat eiser zijn eerdere verblijf daadwerkelijk en effectief had beëindigd en derhalve recht had op een nieuwe vrije verblijfsperiode van drie maanden vanaf april 2023. De maatregel van bewaring werd daarom onrechtmatig verklaard en opgeheven met ingang van 28 juni 2023. Tevens werd een schadevergoeding van € 2.100,- toegekend voor de onrechtmatige vrijheidsontneming en werden de proceskosten aan eiser toegewezen.
Uitkomst: De maatregel van bewaring is onrechtmatig verklaard en opgeheven, met toekenning van een schadevergoeding van € 2.100,- aan eiser.