Uitspraak
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
tijdens de spitsmiddels de rijstrook voor het tegemoetkomend verkeer zeven stilstaande auto’s ingehaald. Auto’s die aan het wachten waren totdat zij het Veluweplein op konden rijden. De rechtbank stelt vast dat er dus kennelijk sprake was van een verkeerssituatie die voorzichtigheid en oplettendheid vereist hetgeen impliceert dat stapvoets gereden dient te worden, voor zover er
kanworden gereden. De verdachte had zich aan het gedrag van de automobilisten in de file vóór hem moeten aanpassen. Voorafgaand aan zijn inhaalmanoeuvre had de verdachte, doordat hij eerst zeven auto’s in moest halen, geen zicht op de verkeerssituatie op het Veluweplein. De verdachte heeft verklaard dat hij ergens op die kruising, de rechtbank begrijpt het Veluweplein, weer wilde gaan invoegen op zijn eigen rijstrook. Nu de verdachte tijdens de spits via een rijstrook voor het tegemoetkomend verkeer een inhaalmanoeuvre uitvoerde, waarbij hij zeven, op dat moment stilstaande, auto’s inhaalde en daarbij geen enkel zicht had op de verkeerssituatie verderop op het Veluweplein die de file kennelijk had veroorzaakt, moet worden geconcludeerd dat de verdachte met een gegeven de verkeerssituatie en omstandigheden ter plaatse (een drukke en onoverzichtelijke verkeersituatie) te hoge snelheid heeft gereden. De rechtbank is dan ook van oordeel dat bewezen is dat de verdachte met een voor de situatie ter plaatse te hoge snelheid heeft gereden.
in de spitsmeerdere op de Hoefkade stilstaande auto’s gepasseerd door gebruik te maken van de rijstrook van het tegenliggende verkeer. De verdachte heeft hierbij voor de situatie te hard gereden. De verdachte had rekening moeten houden met het feit dat de verkeersituatie op de Hoefkade en het Veluweplein onoverzichtelijk was nu fietsers, voetgangers en automobilisten van meerdere kanten kunnen komen. Bovendien kon de verdachte op het moment dat hij achter in de rij aansloot de verkeerssituatie op de kruising (op het Veluweplein) niet inschatten nu hij in ieder geval zeven auto’s moest passeren om bij de kruising te komen.
zeeronvoorzichtig en onoplettend heeft gedragen en dat daardoor het verkeersongeval heeft plaatsgevonden. Dit verkeersongeval is derhalve aan zijn schuld te wijten.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De vordering tot tenuitvoerlegging
8.Verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis
10.De beslissing
12 (TWAALF) MAANDEN;
4 (VIER) JAREN;