ECLI:NL:RBDHA:2023:9340
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bekering tot atheïsme
Eiser, van Iraakse nationaliteit, diende een opvolgende asielaanvraag in met het argument dat hij is bekeerd tot het atheïsme en daardoor risico loopt bij terugkeer naar Irak. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de bekering tot atheïsme niet geloofwaardig werd geacht, mede vanwege summiere en vage verklaringen van eiser over zijn motieven en de impact op zijn leven.
De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat de staatssecretaris het beroep zorgvuldig heeft voorbereid en dat eiser voldoende is gehoord. De rechtbank vond dat de staatssecretaris terecht de bekering tot atheïsme ongeloofwaardig achtte, ondanks dat eiser niet verplicht was kennis of activiteiten omtrent atheïsme te tonen. Tevens werd vastgesteld dat de staatssecretaris voldoende onderzoek heeft gedaan naar het risico op ernstige schade bij terugkeer naar Irak, waarbij werd meegewogen dat eiser geen problemen had ervaren door zijn afvalligheid en dat de Iraakse samenleving zich nauwelijks bezighoudt met afvalligheid.
Eiser stelde dat hij niet hoefde te liegen over zijn afvalligheid bij het aanvragen van een identiteitskaart en dat de staatssecretaris onvoldoende risico had onderzocht. De rechtbank verwierp deze bezwaren en concludeerde dat het beroep ongegrond is. De aanvraag werd terecht afgewezen als kennelijk ongegrond en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bekering tot atheïsme en ontbreken van reëel risico bij terugkeer.