ECLI:NL:RBDHA:2023:9336
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding wegens niet tijdige besluitvorming door Staatssecretaris
Verzoeker is op 12 januari 2023 in beroep gegaan omdat de Staatssecretaris niet tijdig had beslist op zijn aanvraag. Op 17 maart 2023 heeft de Staatssecretaris laten weten de aanvraag te zullen inwilligen, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank constateert dat de Staatssecretaris niet heeft gereageerd op het verzoek om proceskostenvergoeding, wat wordt opgevat als geen bezwaar tegen vergoeding. Omdat de besluitvorming pas na het beroep is genomen, wordt verzoeker proceskosten toegekend.
De vergoeding wordt vastgesteld op €418,50, gebaseerd op een vaste puntwaarde voor het inschakelen van een professionele juridische hulpverlener en een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van de zaak. Daarnaast wordt het door verzoeker betaalde griffierecht vergoed.
De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier N. Khalloufi, en is op 11 mei 2023 in het openbaar bekendgemaakt.
Uitkomst: De Staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €418,50 proceskosten en vergoeding van het griffierecht.