ECLI:NL:RBDHA:2023:9304
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij niet-behandeling asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Frankrijk
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van de aanvraag. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.14161), is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak gelijktijdig is behandeld.