ECLI:NL:RBDHA:2023:9118
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen Iraakse familie vanwege onvoldoende aannemelijkheid van risico's bij terugkeer
Eisers, een Iraakse familie met een zigeunerachtergrond en sjiitische religie, vroegen asiel aan vanwege bedreigingen en problemen voortvloeiend uit hun geheime relatie en verblijf in Irak. Na eerdere afwijzing en een gegrond verklaard beroep, wees de rechtbank de nieuwe beroepen af.
De rechtbank oordeelde dat de familie onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt waarom zij, ondanks de geloofwaardige geheime relatie, de gestelde problemen en dreigingen niet aannemelijk hebben gemaakt. Het verblijf in Bagdad werd als onlogisch beoordeeld gezien de gevaren en tegenstrijdigheden in verklaringen over de duur en omstandigheden van het verblijf.
De overgelegde dreigbrief werd erkend, maar onvoldoende geacht vanwege het ontbreken van een echtheidsonderzoek en tegenstrijdige verklaringen over de bijgevoegde kogel. De rechtbank volgde de overheid dat de risico's op ernstige schade bij terugkeer niet voldoende waren aangetoond.
De eerdere uitspraak van 25 april 2022, waarin de geheime relatie onvoldoende was gemotiveerd door de overheid, werd in deze uitspraak niet herhaald. De rechtbank concludeerde dat de overheid nu een ander en voldoende gemotiveerd standpunt heeft ingenomen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvragen wegens onvoldoende aannemelijkheid van het risico op ernstige schade.