Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam]
hierna te noemen: eiser
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Iraakse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de aanvraag op grond van de Dublinverordening.
De staatssecretaris heeft een verzoek tot terugname aan Oostenrijk gedaan, waarop Oostenrijk niet tijdig heeft gereageerd, wat wordt gezien als aanvaarding van het verzoek. Eiser voert aan dat zijn gecompliceerde medische problematiek en tekortkomingen in het Oostenrijkse opvangsysteem maken dat overdracht niet verantwoord is.
De rechtbank overweegt dat eiser onvoldoende objectieve gegevens heeft overgelegd waaruit blijkt dat zijn gezondheidstoestand zodanig ernstig is dat overdracht een reëel risico op een behandeling in strijd met artikel 4 van Pro het Handvest oplevert. Het enkele medisch dossier is onvoldoende om de bijzondere ernst en onomkeerbare gevolgen aan te tonen.
De rechtbank concludeert dat de staatssecretaris terecht heeft besloten de asielaanvraag buiten behandeling te stellen en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot niet in behandeling nemen van de asielaanvraag blijft in stand.