ECLI:NL:RBDHA:2023:9007
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen buiten behandelingstelling asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, een alleenstaande man van Algerijnse nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in, die buiten behandeling werd gesteld omdat België verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening. De staatssecretaris baseerde dit op artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet en het interstatelijk vertrouwensbeginsel, waarbij België het verzoek tot terugname had aanvaard.
Eiser voerde aan dat de opvang in België onder grote druk staat en dat hij als alleenstaande man niet direct toegang heeft tot opvang, waardoor het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer zou gelden. Hij stelde dat de staatssecretaris onvoldoende had onderzocht of hij na overdracht opvang zou krijgen en dat hij niet in aanmerking komt voor bescherming tegen familie of criminele druk.
De rechtbank oordeelde dat de situatie in België inderdaad onder druk staat, maar dat er noodopvang en medische zorg beschikbaar is voor alleenstaande mannen en dat het vermoeden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet is weerlegd. Eiser had zich bij eerdere overdracht niet laten registreren en had geen concrete feiten aangevoerd die een andere beoordeling rechtvaardigen.
De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris deugdelijk had gemotiveerd dat België verantwoordelijk is en dat overdracht aan België niet in strijd is met het EVRM of het Handvest. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de buiten behandelingstelling van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat België verantwoordelijk is en het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt.