ECLI:NL:RBDHA:2023:8985
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht bij aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Eiseres heeft op 29 maart 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf met verblijfsdoel 'familie en gezin'. Verweerder heeft op dezelfde dag alsnog een besluit genomen. De rechtbank heeft eiseres verzocht te reageren op dit besluit, waarop zij heeft verzocht vast te stellen dat de beslistermijn is overschreden en dat een dwangsom verschuldigd is.
De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het griffierecht betaald moet worden bij het instellen van beroep. De griffier heeft eiseres per aangetekende brief van 2 april 2023 een termijn gegeven om het griffierecht van €184,- te betalen. Eiseres heeft dit niet gedaan en geen verontschuldiging gegeven voor het verzuim.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:41, tweede lid, tweede zin, van de Awb. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier N.J. Biswane op 25 mei 2023.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht.