ECLI:NL:RBDHA:2023:8962
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublin-plak
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen met de reden dat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg daarnaast om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 6 juni 2023. Op dezelfde dag als de uitspraak in de bodemzaak (zaaknummer NL23.14852) werd gedaan, oordeelde de voorzieningenrechter dat een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk was.
De voorzieningenrechter wees het verzoek daarom af. Hoewel verzoeker in beginsel recht heeft op een proceskostenvergoeding, wordt deze niet toegekend in deze zaak omdat het als samenhangend wordt beschouwd met andere zaken waarin reeds een vergoeding is toegekend.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter L.A. Banga en is uitgesproken in het openbaar op 14 juni 2023. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de bodemzaak reeds is beslist.