Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Pakistaanse nationaliteit dragende persoon, diende op 5 september 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk op grond van de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling, mede omdat Frankrijk aan eiser een visum had verstrekt.
Eiser voerde aan dat hij niet kon aantonen dat het beschermingsbeleid voor Ahmadi’s in Frankrijk evident en fundamenteel verschilt van dat in Nederland en dat hij geen asielaanvraag in Frankrijk had ingediend. Tevens stelde hij dat hij geen middelen had voor juridische bijstand in Frankrijk en dat verweerder zelf informatie had moeten inwinnen.
De rechtbank oordeelde dat Frankrijk in beginsel verantwoordelijk is en dat verweerder mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiser slaagde er niet in het vereiste zware bewijs te leveren dat hij bij overdracht aan Frankrijk een reëel risico op indirect refoulement loopt. Ook werd het claimakkoord en de naleving van Europese richtlijnen door Frankrijk meegewogen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.