ECLI:NL:RBDHA:2023:8897
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na bezwaar tegen afwijzing verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij besluit van 11 april 2022. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De staatssecretaris heeft het bezwaar bij besluit van 20 juni 2022 behandeld. Omdat het bezwaar inmiddels is afgehandeld, is er geen bezwaar meer aanhangig. Op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een verzoek om voorlopige voorziening alleen mogelijk als er een bezwaar of beroep aanhangig is.
De voorzieningenrechter heeft vervolgens zonder zitting uitspraak gedaan en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat het verzoek gelijkgesteld wordt met een verzoek dat wordt gedaan tijdens het beroep, en het beroep in een andere zaak reeds is behandeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het bezwaar reeds is behandeld en het verzoek daardoor niet ontvankelijk is.