ECLI:NL:RBDHA:2023:8863
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening toegewezen tegen overdracht asielzoeker op grond van Dublinverordening
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Bulgarije verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg om een voorlopige voorziening om overdracht aan Bulgarije te voorkomen totdat het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de spoedeisendheid aanwezig is omdat het beroep niet binnen de overdrachtstermijn kan worden afgehandeld. Het belang van verzoeker om in Nederland op de uitspraak te wachten weegt zwaarder dan het belang van de staatssecretaris om verzoeker eerder over te dragen. Daarbij speelt mee dat de rechtbank de behandeling van het hoofdberoep heeft aangehouden in afwachting van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak over het vertrouwensbeginsel ten aanzien van Bulgarije.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe, schorst het bestreden besluit en bepaalt dat verzoeker niet mag worden overgedragen totdat het beroep is beslist. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van € 837.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en de overdracht aan Bulgarije geschorst totdat het beroep is beslist.