ECLI:NL:RBDHA:2023:8854
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring en verzoek schadevergoeding in vreemdelingenrecht
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende vreemdeling, is sinds 11 januari 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank heeft het eerdere onderzoek naar de rechtmatigheid van de maatregel reeds getoetst en richt zich nu op de periode sinds het sluiten van dat onderzoek. Eiser stelt dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt in de uitzetting naar Marokko, ondanks zijn volledige medewerking en langdurige bewaring. Hij betoogt dat er geen zicht is op uitzetting omdat de Laissez-passer (LP) nog niet was afgegeven.
Uit het voortgangsrapport en de reactie van verweerder blijkt dat er op 6 juni 2023 een LP is afgegeven door de Marokkaanse autoriteiten en in bezit is van de Dienst Terugkeer en Vertrek. De rechtbank oordeelt dat er daarmee zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.