Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
M.A. tegen België).
Rechtbank Den Haag
Eiser, met Namibische nationaliteit, werd op 8 maart 2023 aangehouden wegens het ontbreken van een geldig identiteitsbewijs en in vreemdelingenbewaring gesteld vanwege illegaal verblijf. Op dezelfde dag legde de staatssecretaris een terugkeerbesluit en inreisverbod op, waartegen eiser beroep instelde.
De rechtbank stelde vast dat er reeds een terugkeerbesluit van 5 oktober 2022 bestond dat nog geldig is, waardoor het nieuwe terugkeerbesluit geen nieuwe rechtsgevolgen heeft en de rechtbank zich onbevoegd verklaarde voor dat deel van het beroep. Ten aanzien van het inreisverbod nam de rechtbank mee dat eiser onvoldoende bewijs leverde van het verblijf van zijn twee zoons in Nederland en niet duidelijk maakte hoe het gezinsleven vorm krijgt.
De rechtbank oordeelde dat het inreisverbod terecht is opgelegd en wees het beroep daarop ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert en is aanvechtbaar bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd voor het terugkeerbesluit en wijst het beroep tegen het inreisverbod ongegrond.