Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Tevens verzocht eiser om toekenning van schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep behandeld via beeldverbinding en eiser gehoord met tolk.
De kern van het geschil betreft het beroep op het vertrouwensbeginsel, waarbij eiser stelt dat toezeggingen van verweerder tot opheffing van de bewaring zijn gedaan. De rechtbank overweegt dat een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel vereist dat ondubbelzinnige en toerekenbare toezeggingen zijn gedaan waarop eiser redelijkerwijs mocht vertrouwen.
Uit de communicatie en het telefoongesprek blijkt dat verweerder slechts heeft aangegeven dat de bewaring 'hoogstwaarschijnlijk' zal worden opgeheven, onder voorbehoud van een aanvullend gehoor. De rechtbank oordeelt dat dit geen ondubbelzinnige toezegging is en dat eiser als professioneel gemachtigde op de hoogte moet zijn van de procedurele context.
Daarom faalt het beroep op het vertrouwensbeginsel en is de voortduring van de maatregel niet onrechtmatig. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.