ECLI:NL:RBDHA:2023:8719
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling naar Tunesië
Verzoeker, een vreemdeling met de Libische nationaliteit, heeft bezwaar gemaakt tegen zijn voorgenomen uitzetting naar Tunesië en verzocht om een voorlopige voorziening om deze uitzetting te voorkomen. De uitzetting stond gepland op 13 juni 2023, waardoor de voorzieningenrechter zonder zitting uitspraak deed vanwege de spoedeisendheid.
Verzoeker betoogde dat hij niet de Tunesische nationaliteit bezit en dat het onwaarschijnlijk is dat hij door Tunesische autoriteiten zal worden toegelaten, mede omdat geen laissez-passer was afgegeven en hij niet aan Tunesische autoriteiten was gepresenteerd. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft, gelet op verklaringen van verzoeker over dubbele nationaliteit, bevestiging van Tunesische nationaliteit door Tunesische autoriteiten in mei 2022, en het voornemen tot verstrekking van een laissez-passer op 12 juni 2023.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de uitzetting naar Tunesië wordt afgewezen.