ECLI:NL:RBDHA:2023:8717
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Nederland had een verzoek tot terugname aan Duitsland gedaan, dat door Duitsland was aanvaard.
Eiser voerde aan dat hij in Duitsland het risico loopt op onbepaalde detentie in een aanmeldcentrum en dat hij geen recht heeft op gratis rechtsbijstand tijdens de aanvraagfase, waardoor hij geen effectieve klacht kan indienen over zijn detentie. Hij stelde dat artikel 17 van Pro de Dublinverordening toegepast had moeten worden.
De rechtbank oordeelde dat Duitsland in beginsel verantwoordelijk is en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij Nederland erop mag vertrouwen dat Duitsland zijn verplichtingen nakomt. Het AIDA-rapport toonde aan dat asielzoekers het aanmeldcentrum te allen tijde kunnen verlaten, waardoor het verblijf niet als detentie kan worden aangemerkt. Tevens is niet aannemelijk gemaakt dat Duitsland niet voldoet aan de Opvangrichtlijn, waaronder het recht op beroep en rechtsbijstand.
De rechtbank concludeerde dat eiser geen systeemfout in de Duitse asielprocedure aannemelijk heeft gemaakt en dat artikel 17 van Pro de Dublinverordening niet van toepassing is. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.