ECLI:NL:RBDHA:2023:8716
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag
De zaak betreft een verzoeker die bezwaar maakte tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, met als reden dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling. Verzoeker stelde beroep in en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen omdat op dezelfde dag in een gerelateerde zaak al uitspraak is gedaan op het beroep, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Tevens is geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is afgewezen.