De moeder verzocht om de schriftelijke aanwijzing van de gecertificeerde instelling te laten vervallen en een nieuwe omgangsregeling vast te stellen voor haar vier kinderen, waarvan twee in een gezinshuis verblijven en twee in een pleeggezin. De schriftelijke aanwijzing beperkte de omgang tot twee uur begeleide omgang per week met de jongste twee kinderen.
De kinderrechter constateerde dat de uitbreiding van de omgang sinds maart was gestagneerd, terwijl het in het belang van de kinderen is dat verdere uitbreiding plaatsvindt om terugplaatsing bij de moeder mogelijk te maken. De gecertificeerde instelling stond achter de aanwijzing maar vond het verzoek van de moeder deels haalbaar, met meer ruimte in de zomervakantie.
De kinderrechter besloot de schriftelijke aanwijzing te laten vervallen en stelde een nieuwe omgangsregeling vast. Tot 4 juli 2023 krijgt de moeder op woensdag drie uur omgang met de jongste twee kinderen, waarvan twee uur begeleid en een uur onbegeleid. In de zomervakantie wordt de omgang uitgebreid met onbegeleide overnachtingen en gezamenlijke momenten met alle vier de kinderen, met evaluaties.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.