ECLI:NL:RBDHA:2023:8576
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf wegens niet voldoen aan inburgeringsvereiste
Eiseres, een Marokkaanse vrouw, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland met het doel bij haar echtgenoot en kinderen te verblijven. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres niet voldeed aan het inburgeringsvereiste en zag geen aanleiding voor vrijstelling. Eiseres stelde dat verweerder het unierechtelijk evenredigheidsbeginsel niet had toegepast en onvoldoende rekening had gehouden met haar persoonlijke omstandigheden en inspanningen voor het inburgeringsexamen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht geen vrijstelling van het inburgeringsvereiste gaf, omdat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het voor haar onmogelijk was het examen te halen. De behaalde examencijfers waren laag en er was geen bewijs van passende voorbereiding. Verweerder had een gemotiveerde belangenafweging gemaakt in lijn met artikel 8 EVRM Pro, waarbij het belang van de Nederlandse overheid en het persoonlijke belang van eiseres zorgvuldig waren afgewogen.
De rechtbank verwierp ook het beroep op een eerdere uitspraak van de meervoudige kamer wegens strijd met de goede procesorde en onvoldoende onderbouwing. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag mvv wegens niet voldoen aan het inburgeringsvereiste wordt ongegrond verklaard.