ECLI:NL:RBDHA:2023:8569
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden bij aanvraag verblijfsvergunning
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarbij het bezwaar tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank heeft het beroepschrift beoordeeld en vastgesteld dat het geen gronden bevatte waarop het beroep kon worden gebaseerd. Op grond van artikel 6:5 Awb Pro moet een beroepschrift de gronden van het beroep bevatten. De rechtbank heeft eiser bij aangetekende brief de mogelijkheid geboden om binnen vier weken alsnog gronden in te dienen, maar hierop is geen reactie ontvangen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk, wat betekent dat het beroep niet inhoudelijk is behandeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder mondelinge behandeling en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden in het beroepschrift.