ECLI:NL:RBDHA:2023:8565
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen besluit niet in behandeling nemen verblijfsvergunning
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin het bezwaar tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank beoordeelde het beroepschrift en constateerde dat het geen gronden bevatte, hetgeen vereist is op grond van artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank heeft eiser vervolgens schriftelijk in de gelegenheid gesteld alsnog gronden in te dienen, maar hierop is geen reactie ontvangen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb, waardoor het beroep niet inhoudelijk werd behandeld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter E.F. Bethlehem en griffier N.M.L. van der Kammen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot niet in behandeling nemen van de aanvraag verblijfsvergunning is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.