ECLI:NL:RBDHA:2023:8558
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op compensatie transitievergoeding bij beëindiging arbeidsovereenkomst wegens reorganisatie
De ex-werknemer was sinds 1980 in dienst en meldde zich in 2019 ziek. Na toekenning van een IVA-uitkering in 2021 kwam eiseres met de ex-werknemer tot een vaststellingsovereenkomst waarbij de arbeidsovereenkomst per 1 oktober 2021 werd beëindigd wegens het vervallen van de functie door reorganisatie. Eiseres betaalde een transitievergoeding en vroeg compensatie hiervan aan bij het UWV, welke werd afgewezen.
De rechtbank oordeelt dat uit de vaststellingsovereenkomst en bijbehorende correspondentie niet blijkt dat de beëindiging van de arbeidsovereenkomst verband hield met de arbeidsongeschiktheid van de werknemer. De reden voor beëindiging was het vervallen van de functie en het ontbreken van herplaatsingsmogelijkheden, niet de ziekte.
Omdat de compensatie van de transitievergoeding alleen geldt indien de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd wegens ziekte, is de aanvraag van eiseres terecht afgewezen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de arbeidsovereenkomst niet is beëindigd wegens ziekte en geen recht bestaat op compensatie van de transitievergoeding.