ECLI:NL:RBDHA:2023:8438
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Nigeriaanse eiser wegens ongeloofwaardigheid relaas Boko Haram en politieproblemen
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende in 2020 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Hij verklaarde dat Boko Haram in 2015 zijn dorp aanviel waarbij zijn vader werd gedood en zijn moeder gewond raakte. Later veroorzaakte hij per ongeluk een bosbrand waarbij overheidsvoertuigen in brand vlogen, waarna hij door de politie werd opgepakt en mishandeld. Na een ontsnapping uit de gevangenis vluchtte hij uit Nigeria.
De rechtbank beoordeelde het beroep tegen het afwijzende besluit van de staatssecretaris. Eerder had de rechtbank Amsterdam het eerste besluit vernietigd vanwege onvoldoende motivering, maar verweerder nam een nieuw besluit dat nu ter beoordeling lag. De rechtbank Den Haag oordeelde dat verweerder terecht de geloofwaardigheid van het relaas over Boko Haram en de politieproblemen in twijfel trok.
Dit was onder meer gebaseerd op inconsistenties in de verklaringen van eiser over zijn woonplaats, het werk van zijn vriend, het type voertuigen dat in brand zou zijn gevlogen en de duur van zijn gevangenschap. Eiser kon niet aannemelijk maken dat deze inconsistenties door vertaalfouten kwamen. Ook werd het ongeloofwaardig geacht dat eiser na zijn ontsnapping direct naar huis ging, ondanks het risico op arrestatie.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees het af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van de Nigeriaanse asielzoeker wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid van zijn relaas.