ECLI:NL:RBDHA:2023:840
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen overdracht asielzoeker naar Frankrijk
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 29 december 2022 waarin de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de asielaanvraag niet in behandeling nam omdat Frankrijk verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Verzoeker vroeg tevens om een voorlopige voorziening om niet overgedragen te worden voordat op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter constateert dat het beroep niet binnen de overdrachtstermijn kan worden behandeld, waardoor onverwijlde spoed is gegeven. De zitting voor het beroep is verplaatst naar 1 maart 2023, na de uiterste overdrachtstermijn van 16 februari 2023. Het belang van verzoeker om bij de behandeling aanwezig te zijn weegt zwaarder dan het belang van de staatssecretaris om verzoeker eerder over te dragen.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en het besluit van 29 december 2022 geschorst. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker ad € 837,-. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt geschorst en verzoeker mag in Nederland blijven tot het beroep is behandeld.