ECLI:NL:RBDHA:2023:8394
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering toegang en uitzetting naar Bahrein
Verzoeker, een Indiase onderdaan, werd op 3 juni 2023 bij aankomst op Schiphol de toegang tot Nederland geweigerd en een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd. Hij was in het bezit van een visum voor kort verblijf in Zwitserland, maar verweerder oordeelde dat hij niet voldeed aan de toegangsvoorwaarden omdat hij onvoldoende aannemelijk maakte wat het doel en de omstandigheden van zijn verblijf waren.
Verzoeker stelde dat hij beschikte over een geldig paspoort, retourticket en hotelreservering, en dat de verwarring over het hotel was ontstaan door het ontbreken van een tolk in het Punjabi. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat het administratief beroep geen redelijke kans van slagen had, mede door tegenstrijdigheden in de verklaringen van verzoeker, het ontbreken van plausibele uitleg over zijn verblijf in Zürich, en het gebruik van een Hindi-tolk zonder communicatieproblemen.
Ook de tegenstrijdige verklaringen over het reisgezelschap en het ontbreken van bewijsstukken zoals salarisstroken droegen bij aan het oordeel. De voorzieningenrechter besloot daarom het verzoek om een voorlopige voorziening af te wijzen en de voorgenomen uitzetting niet te schorsen.
De uitspraak werd zonder zitting gedaan vanwege de onverwijlde spoed, en er staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de weigering van toegang en uitzetting is afgewezen.