ECLI:NL:RBDHA:2023:8333
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens kennelijk ongegrondheid en oplegging inreisverbod
Eiser, een Gambiaanse staatsburger, diende in mei 2021 een asielaanvraag in Nederland in, die aanvankelijk niet in behandeling werd genomen omdat Italië verantwoordelijk was. Na niet-tijdige overdracht werd de aanvraag opnieuw ingediend in februari 2022. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond vanwege het late indienen en twijfels over de geloofwaardigheid van de verklaringen van eiser over een incident met een auto in Gambia.
Eiser voerde aan geen wisselende verklaringen te hebben afgelegd en verwees naar bewijsnood vanwege het ontbreken van politieaangifte kopieën uit Gambia. De rechtbank oordeelde echter dat eiser inconsistent was in zijn verklaringen over het incident en de gevolgen daarvan, en dat hij onvoldoende inspanningen had verricht om bewijs te verkrijgen. Ook achtte de rechtbank de verklaringen over de omstandigheden rondom het incident niet geloofwaardig.
Op grond van de afwijzing als kennelijk ongegrond legde verweerder een onmiddellijke vertrektermijn en een inreisverbod van twee jaar op. De rechtbank vond dit terecht omdat eiser geen individuele omstandigheden had aangevoerd die tot een uitzondering zouden leiden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod van twee jaar bevestigd.