ECLI:NL:RBDHA:2023:8330
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ontbreken aannemelijke vrees voor vervolging in Georgië
Eiser, een Georgische staatsburger, diende op 26 januari 2023 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees deze aanvraag op 1 maart 2023 af als kennelijk ongegrond, omdat Georgië als veilig land van herkomst geldt en eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij persoonlijk vervolging te vrezen had.
Eiser stelde dat hij niet vrijwillig terugkeerde naar Georgië in april 2021, maar door Duitsland werd uitgezet, en dat hij een patroon van intimidatie en bedreiging ondervond vanwege zijn politieke activiteiten en lidmaatschap van de Verenigde Nationale Beweging. Hij betoogde dat de Georgische autoriteiten niet bereid of in staat zijn hem adequate bescherming te bieden.
De rechtbank oordeelde dat eiser het verband tussen straatcriminelen en de Georgische autoriteiten niet aannemelijk had gemaakt. Ook concludeerde de rechtbank dat eiser na zijn terugkeer geen ernstige problemen meer ondervond, mede omdat hij probleemloos documenten kon verkrijgen en het land legaal kon verlaten. Daarnaast had eiser geen poging gedaan om bescherming te zoeken bij de autoriteiten.
Gelet op deze feiten verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees de asielaanvraag af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de asielaanvraag af wegens ontbreken van aannemelijke vrees voor vervolging.