ECLI:NL:RBDHA:2023:8326
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na uitspraak rechtbank
Verzoeker heeft tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid beroep ingesteld nadat zijn asielaanvraag op 1 maart 2023 als kennelijk ongegrond werd afgewezen. Tevens heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit tijdelijk te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat er geen noodzaak meer is voor een voorlopige voorziening omdat de rechtbank reeds op de hoofdzaak heeft beslist in een gerelateerde zaak (zaaknummer NL23.6387). Hierdoor is het verzoek om voorlopige voorziening overbodig geworden en is het verzoek afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en is onherroepelijk omdat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.