ECLI:NL:RBDHA:2023:8322
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening wijziging verblijfsvergunning niet-tijdelijke humanitaire gronden
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend tot wijziging van de beperking van zijn verblijfsvergunning naar het verblijfsdoel 'niet-tijdelijke humanitaire gronden'. Deze aanvraag is op 5 januari 2022 afgewezen door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Vervolgens is het bezwaar tegen deze afwijzing op 15 november 2022 ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan.
De rechtbank heeft eerder op 15 mei 2023 het beroep in de bodemzaak ongegrond verklaard. Gezien deze uitspraak wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is definitief en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de wijziging van de verblijfsvergunning is afgewezen.