ECLI:NL:RBDHA:2023:8301
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen boetebesluit Wet op de Kansspelen wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster, houder van een vergunning voor online kansspelen, kreeg een boete van €400.000 opgelegd wegens het richten van reclame op personen tussen 18 en 24 jaar. Zij maakte bezwaar tegen het boetebesluit en verzocht om schorsing via een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat een voorlopige voorziening alleen kan worden toegekend bij spoedeisend belang of evident onrechtmatigheid van het besluit. Verzoekster kon onvoldoende aantonen dat betaling van de boete tot een acute financiële noodsituatie zou leiden, mede omdat zij geen onafhankelijke financiële stukken overlegde en geen betalingsregeling met de Kansspelautoriteit was aangegaan.
Ook oordeelde de voorzieningenrechter dat het boetebesluit niet evident onrechtmatig is. De uitleg van de Kansspelautoriteit dat geadresseerde reclame via e-mail gericht kan zijn op jongvolwassenen, is verdedigbaar. De discussie over de hoogte van de boete kan in de bezwaarprocedure worden gevoerd.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het boetebesluit wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en geen evident onrechtmatig besluit.