ECLI:NL:RBDHA:2023:8286

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 juni 2023
Publicatiedatum
8 juni 2023
Zaaknummer
NL23.7110
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.1b Vreemdelingenbesluit 2000Art. 66a lid 2 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod wegens onvoldoende onderbouwing bijzondere omstandigheden

Eiseres, van Braziliaanse nationaliteit, kreeg op 25 februari 2023 een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor twee jaar opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De staatssecretaris baseerde het terugkeerbesluit op het risico dat eiseres zich aan toezicht zou onttrekken, gesteund op artikel 5.1b van het Vreemdelingenbesluit 2000. Eiseres betwistte deze gronden niet.

Eiseres voerde aan dat het inreisverbod in strijd was met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel omdat haar persoonlijke omstandigheden, zoals een Kroatische partner in Nederland en een kind met Italiaanse nationaliteit in Brazilië, niet waren meegewogen. De rechtbank stelde vast dat eiseres deze bijzondere, individuele omstandigheden niet met bewijsstukken had onderbouwd en ook geen toelichting gaf op het ontbreken daarvan.

De staatssecretaris kon daarom terecht het inreisverbod opleggen conform het beleid in de Vreemdelingencirculaire 2000. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende onderbouwing van bijzondere omstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.7110

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiseres,

geboren op [geboortedatum] ,
van Braziliaanse nationaliteit,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. H. Palanciyan)
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 25 februari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiseres een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 10 mei 2023 op zitting behandeld. Partijen zijn niet ter zitting verschenen. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten.

Overwegingen

Terugkeerbesluit
1. In het terugkeerbesluit heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat een risico bestaat dat eiseres zich aan het toezicht zal onttrekken. Verweerder heeft hier, onder verwijzing naar artikel 5.1b, eerste, derde en vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb), één zware en vier lichte gronden aan ten grondslag gelegd.
2.
Eiseres laat de zware en lichte gronden onbetwist. Uit deze omstandigheden blijkt in dit geval voldoende dat er een risico bestaat dat eiseres zich aan het toezicht zal onttrekken. Daarom is de rechtbank van oordeel dat verweerder niet verplicht was eiseres een termijn voor vrijwillig vertrek te bieden.
Inreisverbod
3. Eiseres voert aan dat het inreisverbod in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel is opgelegd omdat in het bestreden besluit verweerder ten onrechte niet is ingegaan op de omstandigheden dat zij in Nederland een Kroatische partner heeft en familieleden in de Europese Unie. Bovendien heeft eiseres in Brazilië een kind met de Italiaanse nationaliteit.
4. In lijn met de wettelijke bepalingen en het beleid zoals neergelegd in artikel 66a, tweede lid, van de Vw 2000 in samenhang met paragraaf A4/2.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000) legt verweerder in beginsel een inreisverbod op voor de duur van twee jaar. Gelet op paragraaf A4/2.3 van de Vc 2000 kan de duur van het inreisverbod verkort worden of kan een inreisverbod achterwege gelaten worden, als de vreemdeling bijzondere, individuele omstandigheden heeft aangevoerd en onderbouwd.
5. In beroep is namens eiseres gesteld dat deze bijzondere, individuele omstandigheden zijn gelegen in het feit zij een Kroatische partner heeft in Nederland. Ook heeft zij een ex-partner en kind met de Italiaanse nationaliteit in Brazilië wonen. Eiseres heeft echter tot op heden niet met bewijsstukken onderbouwd dat zij in Nederland een Kroatische partner heeft noch dat zij een kind met de Italiaanse nationaliteit in Brazilië heeft wonen. Eiseres heeft de reden hiervoor ook niet toegelicht. Daarom heeft verweerder, gelet op het door hem gevoerde beleid, aanleiding kunnen zien om aan eiseres een inreisverbod op te leggen. Eiseres heeft overigens geen redenen aangevoerd op grond waarvan verweerder hiervan af had moeten zien.
6. Het beroep is ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W.C.M. van Emmerik, rechter, in aanwezigheid van mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.