Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2023:8274

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 juni 2023
Publicatiedatum
8 juni 2023
Zaaknummer
22-024355
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29f SvArt. 167 SvArt. 180 lid 3 SvArt. 242 SvArt. 255 lid 1 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Einde-zaakverklaring wegens langdurige inactiviteit Openbaar Ministerie in wapen- en witwaszaak

Tegen de verzoeker bestond verdenking van het bezit van meerdere wapens en een grote hoeveelheid munitie op 1 april 2018, alsmede witwassen in de periode 2008-2018 in Den Haag. Het strafdossier werd op 19 april 2019 ingeleverd, maar het onderzoek lag ruim drie jaar stil. Pas in 2022 werd besloten tot vervolging en werd verzoeker gedagvaard voor januari 2023, waarna de zaak vlak voor de zitting werd ingetrokken.

Verzoeker diende op 14 oktober 2022 een verzoek in ex artikel 29f Sv om de zaak te beëindigen vanwege de lange inactiviteit en het gebrek aan voortgang. De officier van justitie stelde dat vervolging alsnog zou plaatsvinden, maar de rechtbank oordeelde dat de langdurige stilstand onredelijk was en dat het verzoek gegrond was.

De rechtbank overwoog dat artikel 29f Sv bedoeld is om onredelijke vertraging te voorkomen en rechtszekerheid voor de verdachte te waarborgen. Gezien het procesverloop en het ontbreken van duidelijke vervolgingsactiviteiten na drie jaar, werd de zaak geëindigd verklaard. Dit betekent dat de strafvervolging tegen verzoeker niet langer voortgezet zal worden.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de strafzaak tegen verzoeker geëindigd wegens langdurige inactiviteit van het Openbaar Ministerie.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Strafrecht
parketnummer : 09/842158-18
raadkamernummer : 22-024355
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 29f van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedag] 1980 te [geboorteplaats] ,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. M. van Stratum, advocaat te 's-Gravenhage (Schelpkade 48, 2514 KB 's-Gravenhage),
hierna te noemen: de verzoeker.

InleidingTegen de verzoeker is de verdenking gerezen dat hij op 1 april 2018 meerdere wapens en een grote hoeveelheid munitie voorhanden heeft gehad en dat hij zich in de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2018 in Den Haag schuldig heeft gemaakt aan witwassen.Het verzoekschrift is ingekomen op 14 oktober 2022.Het verzoekschrift strekt ertoe dat de rechtbank zal verklaren dat de zaak tegen de verzoeker is geëindigd.De procedure in raadkamerDe rechtbank heeft het verzoekschrift op 23 mei 2023 in raadkamer behandeld.

De verzoeker is goed opgeroepen, maar niet in raadkamer verschenen. Aanwezig was zijn raadsman, mr. M. van Stratum.
De officier van justitie, mr. J.C.G. van der Wulp, is in raadkamer gehoord.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafdossier met bovengenoemd parketnummer.
Het standpunt van de verzoekerNamens verzoeker is aangevoerd dat verzoeker ten onrechte wordt vervolgd, er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is voor een eventuele veroordeling en het opsporingsonderzoek buitengewoon traag en op eenzijdige en niet toereikende wijze is uitgevoerd. Gelet hierop dient het persoonlijk belang van verzoeker bij de verklaring ex art. 29f Sv te prevaleren.
Het standpunt van de officier van justitieDe officier van justitie heeft geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek. Volgens de officier van justitie is het duidelijk dat het Openbaar Ministerie tot vervolging wenst over te gaan omdat verzoeker begin dit jaar is gedagvaard en hij waarschijnlijk op korte termijn opnieuw zal worden gedagvaard.

Beoordeling van het verzoekschrift

Juridisch kader
Grond voor het geven van een verklaring dat de zaak is geëindigd kan de rechter onder meer vinden in de omstandigheid dat niet of nauwelijks (meer) activiteiten worden verricht in het strafrechtelijk onderzoek tegen de verdachte en het daarnaast redelijkerwijs niet valt te verwachten dat het openbaar ministerie tegen de verdachte strafvervolging zal instellen of voortzetten, in het bijzonder door jegens de verdachte een strafbeschikking uit te vaardigen of hem te dagvaarden, zonder dat het openbaar ministerie daaromtrent zelf al duidelijkheid heeft verschaft aan de verdachte in de vorm van een (sepot)beslissing als bedoeld in art. 167 of Pro 242 Sv dan wel anderszins. Mede vanwege het door art. 255, eerste lid, Sv aan de verklaring dat de zaak is geëindigd verbonden rechtsgevolg, betreft het hier een tot terughoudendheid nopende maatstaf. Bij de toepassing daarvan kan de rechter in voorkomende gevallen onder meer in aanmerking nemen dat het openbaar ministerie nalatig is geweest gevolg te geven aan een door de rechter-commissaris op grond van art. 180, derde lid, Sv gestelde termijn tot beëindiging van het opsporingsonderzoek.
Procesverloop
De rechtbank gaat uit van de volgende gang van zaken.
De verdachte is op 5 januari 2019 aangehouden, op 19 april 2019 is een dossier ingeleverd door de politie en op 25 mei 2022 is besloten om de verzoeker te vervolgen voor onderhavige feiten. De zaak is vervolgens gedagvaard voor de meervoudige strafkamer van 25 januari 2023, maar is kort voor de dag van de terechtzitting door de officier van justitie ingetrokken. Ten tijde van de behandeling van onderhavig verzoekschrift was verzoeker niet opnieuw gedagvaard.
Beoordeling
Volgens de wetgever zal de rechtbank tot een einde-zaakverklaring komen indien gelet op de inactiviteit van de kant van het Openbaar Ministerie of de zeer lange duur van het onderzoek, onredelijk is dat de vervolging nog doorgang vindt. De strekking van art. 29f Sv is niet alleen om aan onzekerheid bij de verdachte een einde te maken maar ook om in dat kader te waken tegen nodeloze vertraging in de strafvervolging.
Uit het procesverloop blijkt dat na aanlevering van het dossier door de politie het dossier ruim drie jaar heeft stil gelegen. De rechtbank is van oordeel dat onder deze omstandigheden sprake is geweest van een dusdanige inactiviteit van de kant van het Openbaar Ministerie dat de vervolging niet is voortgezet, het onredelijk is dat de vervolging nog doorgang vindt en de zaak als beëindigd moet worden beschouwd zoals bedoeld in artikel 29f Sv.
Pas na het indienen van onderhavig verzoekschrift op 14 oktober 2022, werd de zaak gepland op de zitting van de meervoudige kamer van 25 januari 2023 en vervolgens weer ingetrokken. De opvatting van de officier van justitie dat het verzoek ex. art. 29f Sv moet worden afgewezen omdat het duidelijk is dat strafvervolging eraan zit te komen, gaat naar het oordeel van de rechtbank onder de gegeven omstandigheden niet op.
Gelet op het bovenstaande, in samenhang bezien, zal de rechtbank het verzoek toewijzen en de zaak geëindigd verklaren.

Beslissing

De rechtbank verklaart dat de zaak tegen verdachte met parketnummer 09/842158-18 is geëindigd.
Aldus gedaan te Den Haag door mr. P. Burgers, rechter, in tegenwoordigheid van
mr. E. Özsoy, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 6 juni 2023.