ECLI:NL:RBDHA:2023:8249

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 januari 2023
Publicatiedatum
8 juni 2023
Zaaknummer
22-7871
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbBesluit Proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting Armeense verzoekster

Verzoekster, van Armeense nationaliteit, had een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen bij besluit van 19 augustus 2022. Verzoekster maakte hiertegen bezwaar op 19 december 2022 en verzocht vervolgens op 19 september 2022 de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat uitzetting zou worden voorkomen totdat op het bezwaar was beslist.

De staatssecretaris heeft bij brief van 3 april 2023 laten weten zich niet te verzetten tegen de toewijzing van de gevraagde voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter ziet geen beletselen om het verzoek toe te wijzen en gebiedt de staatssecretaris zich te onthouden van uitzetting of voorbereidingen daartoe totdat op het bezwaar is beslist.

Daarnaast veroordeelt de voorzieningenrechter de staatssecretaris in de proceskosten van € 837,-, gebaseerd op het Besluit Proceskosten bestuursrecht. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting wordt verboden totdat op het bezwaar is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 22 / 7871

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster], verzoekster,

geboren op [geboortedatum],
van Armeense nationaliteit,
V-nummer: [vnummer]
(gemachtigde: mr. N.B. Swart),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Bij besluit van 19 augustus 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder verzoeksters aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen.
Op 19 december 2022 heeft verzoekster hiertegen bezwaar gemaakt.
Bij verzoekschrift van 19 september 2022 heeft verzoekster de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat uitzetting achterwege wordt gelaten tot op het bezwaar is beslist.
Bij brief van 3 april 2023 heeft verweerder de rechtbank bericht zich niet te verzetten tegen toewijzing van de gevraagde voorziening.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. Nu verweerder zich niet verzet tegen toewijzing van de gevraagde voorziening en de voorzieningenrechter ook overigens geen beletselen ziet om deze toe te wijzen, zal worden beslist als hierna aangegeven.
3. Er bestaat aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten van deze procedure. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit Proceskosten bestuursrecht voor de door de derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 837,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 837,- en wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek toe;
  • gebiedt verweerder om zich te onthouden van iedere maatregel tot verwijdering of uitzetting buiten het grondgebied van Nederland van verzoekster en van voorbereidingen tot zodanige maatregelen, totdat op het bezwaar is beslist;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten ad € 837,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van B. van der Wiel, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.