Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], uit [woonplaats], eiseres
Inleiding
Wat ging aan deze procedure vooraf
Wat vindt het UWV
.
Rechtbank Den Haag
Eiseres was sinds mei 2017 ziekgemeld en ontving vanaf mei 2019 een WGA-loonaanvullingsuitkering op basis van 100% arbeidsongeschiktheid. De ex-werkgever verzocht het UWV om herbeoordeling, waarna het UWV besloot de uitkering per 22 maart 2022 te beëindigen wegens een arbeidsongeschiktheid van 4,80%.
Eiseres betwistte dit besluit en voerde aan dat haar klachten onverminderd zijn en dat het UWV onvoldoende rekening heeft gehouden met haar medische en arbeidskundige situatie. De rechtbank beoordeelde het medisch onderzoek van de verzekeringsarts B&B en het arbeidskundig onderzoek als zorgvuldig en voldoende gemotiveerd.
De verzekeringsarts concludeerde dat de klachten niet in medisch objectieve beperkingen vertalen en dat de Functionele Mogelijkhedenlijst een juiste weergave is van haar belastbaarheid. De arbeidsdeskundige berekende dat eiseres met de geduide functies 95,20% van haar oorspronkelijke loon kan verdienen.
De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht heeft geoordeeld dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is en dat het besluit niet in strijd is met het zorgvuldigheids-, motiverings- of evenredigheidsbeginsel. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en de uitkering beëindigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.