ECLI:NL:RBDHA:2023:8246
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure Marokkaanse verzoeker
Verzoeker, een Marokkaanse nationaliteit dragende persoon geboren in 2005, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met het beroep op 25 mei 2023 in Utrecht, waarbij verzoeker werd bijgestaan door een gemachtigde en een tolk aanwezig was. De Staatssecretaris liet zich vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Bij uitspraak in de hoofdzaak, zaaknummer NL23.13276, werd het beroep reeds behandeld en beslist. Hierdoor achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening overbodig en wees het verzoek af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter N.M. Spelt en griffier mr. S. Sari, en is in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2023. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.