ECLI:NL:RBDHA:2023:8238
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak tegen afwijzing verblijfsvergunning
Verzoeker, van Azerbeidzjaanse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 24 maart 2023 werd afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 13 april 2023 samen met een gerelateerde zaak.
Na beoordeling concludeerde de voorzieningenrechter dat een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was vanwege de gelijktijdige uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.9772). Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist.